1940-1945

Samengesteld door Lies Haan-Beerends, maart 2001.

Gemeente De Bilt 1940-1945

De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog zijn ook niet aan De Bilt en Bilthoven voorbij gegaan. Het Nederlandse IV legerkorps, dat het noordelijke deel van de Grebbelinie moest verdedigen, werd gecommandeerd vanuit Bilthoven. Bij de Grebbelinie werd in de eerste meidagen zwaar gevochten.

De Duitse troepen braken in de avond van de 13e mei door deze linie heen. De Nederlandse 4de Divisie van het II legerkorps moest zich terugtrekken  achter de Hollandse Waterlinie. De Duitsers rukten op. Ook toen weer ondervond De Bilt de lasten van het feit dat het dorp aan de marsroute gelegen was. Het enige verschil was dat de troepen zich niet meer door de dorpskern verplaatsten, maar over de omgelegde Utrechtseweg trokken.

Die 13e mei had de commandant van Utrecht, kolonel Van Voorst tot Voorst, bevel gegeven om oostelijk van Griftenstein een aantal huizen ter weerszijden van de Utrechtseweg te vernielen om zodoende een beter schootsveld te krijgen. Het Nederlandse II legerkorps had stelling genomen in Fort De Bilt en bij het Werk Griftenstein.

Omstreeks het middaguur van de 14e mei hielden de Duitse troepen van de 207e divisie op de Utrechtseweg ter hoogte van de Kerklaan halt. Volgens ooggetuigen stond de Utrechtseweg die dag van De Bilt tot Zeist vol met allerlei legervoertuigen en was het een chaotische toestand.

Duitse vliegtuigen wierpen pamfletten uit boven de stad. Maar zorgwekkender was nog de boodschap die een Duitse ‘parlementair’, de Oberstleutnant Von Zitsewitz, afgaf bij het Werk Griftenstein. Daarin was  een ultimatum gesteld.  Men vorderde de Commandant van Utrecht de strijd op te geven. Indien dat niet zou gebeuren, dan zou Utrecht hetzelfde lot treffen als Warschau.

In eerste instantie wilde kolonel Van Voorst tot Voorst weigeren. Om vier uur ‘s middags  echter kreeg hij een telefoontje van generaal Winkelman met de boodschap de Duitsers te kennen te geven dat men de wapens neerlegde. Men wilde verdere bombardementen vermijden. Kort daarvoor hadden de gruwelijke bombardementen plaatsgevonden op Rotterdam. Verder bloedvergieten moest worden voorkomen.

Ook in De Bilt en Bilthoven braken zware tijden aan. Het feit dat de vliegbasis Soesterberg hemelsbreed niet ver van De Bilt en Bilthoven ligt bracht met zich mee, dat er tijdens de oorlogsjaren  diverse vliegtuigen boven Bilts en Bilthovens grondgebied zijn gecrasht.

Zo stortte er op 14 november 1940 een bommenwerper neer in Noord Houdringe, tegenover de Varenkamp. De vierkoppige bemanning kwam om en drie burgers werden gewond, waaronder de zoon van de toenmalige burgemeester Van den Borch. Er zouden nog diverse vergelijkbare ongelukken plaatsvinden.

In 1943 besloot de Duitse generaal Reinhard, die in Utrecht zijn hoofdkwartier had, dit te verplaatsen naar Bilthoven. Hij wenste een betere camouflage van de onderkomens, mede gezien het feit dat de geallieerden aanvallen heftiger werden. Er werd een bunkercomplex gebouwd in de driehoek gelegen tussen de Bilderdijklaan, de Tollenslaan en de Hasebroeklaan.

Daarin vond het LXXXVIII. Armeekorps met ingang van 1 januari 1944 een onderkomen. Het gehele – grotendeels nog aanwezige – complex bestond  uit twaalf bunkers. Rondom het bunkercomplex werden bijna alle woningen gevorderd, alsmede vele huizen gelegen aan de Soestdijkseweg.

De staf  betrok villa Zonneheuvel, gelegen hebbend aan de Bilderdijklaan en generaal Reinhard vestigde zich in de aan de Rubenslaan gelegen  villa de Bremhorst, eigendom van baron Van Boetzelaer.

De administratieve staf van het Duitse hoofdkwartier betrok het gemeentehuis Jagtlust, dat op 21 september 1943 al gevorderd was. De gemeentelijke activiteiten werden verplaatst naar de Oranje Nassauschool. Ook het distributiekantoor vond daar onderdak. Bij Jagtlust werden ook drie bunkers aangelegd en het gebied rondom het gemeentehuis werd met prikkeldraad versperd.

De Bilt en Bilthoven werden gedurende de oorlogsjaren getroffen door diverse bombardementen. Die hadden o.a. te maken met de vestiging van het Duitse hoofdkwartier nabij de Bilderdijklaan. Er waren diverse luchtaanvallen van de geallieerden boven het station en de spoorlijn.

De aanval van 29 november 1944 was waarschijnlijk gericht op dat hoofdkwartier. Die aanval was echter verkeerd ingeschat en miste doel. Op het Emmaplein en aan de Prins Bernhardlaan liepen diverse panden flinke schade op.

Er volgden nog heviger bombardementen. Op 29 december werd het bunkercomplex weer aangevallen. Bij dat bombardement werden ook diverse andere doelen flink beschadigd of totaal verwoest. De voormalige villa Ensah, gelegen vlak bij het station, kreeg een voltreffer.

De aan de andere zijde gelegen Villa Oase raakte in brand. De aan de Rubenslaan gelegen villa De Bremhorst werd verwoest. Het net voor de oorlog gebouwde Nieuwe Lyceum aan de Jan Steenlaan werd volledig met de grond gelijk gemaakt en ook hotel-restaurant Heidepark werd zwaar getroffen.

Tot aan het eind van de oorlog werden er in De Bilt en Bilthoven nog diverse woningen verwoest. In totaal zijn er boven Bilts grondgebied negen vliegtuigen neergestort en hebben zich veertien grotere en kleinere bombardementen voorgedaan.

In maart 1945 trokken de S.S.-troepen uit Bilthoven weg. Het gemeentehuis Jagtlust kwam weer vrij en werd tot noodhospitaal ingericht. Al is de officiële bevrijdingsdatum 5 mei 1945, in De Bilt duurde het nog tot 7 mei voor de ongeregeldheden ophielden.

Op die dag trokken de eerste eenheden van de Canadese Polar Bears met hun tanks en trucs via de Utrechtseweg De Bilt binnen. Een ooggetuige heeft verteld dat er die dag grote feestvreugde heerste langs de Utrechtseweg. Ook foto’s bewijzen dat. De Polar Bears reden naar Jagtlust, waar ze ontvangen werden door de teruggekeerde burgemeester Van den Borch.

Ook bij Jagtlust waren duizenden mensen aanwezig om de bevrijders te begroeten. Vijf ellendige oorlogsjaren waren voorbij. Ook in De Bilt en Bilthoven waren er vele overledenen te betreuren. Op het verzetsmonument, opgericht bij Jagtlust, vindt men namen van gevallen.

Bij dat monument vindt elk jaar op de 4e mei een herdenking plaats om alle overledenen te gedenken. Op 14 augustus worden de slachtoffers, gevallen in Indonesië, herdacht.