De Schoolstraat

Marijke Jacobse (interview door Koos Kolenbrander en Rob Herber, 2012).

Marijke Jacobse is op 3 september 1940 in de Schoolstraat 11 in De Bilt geboren. Mijn vader heette Johan H.C.H. Jacobse, op 23 november 1912 ook in De Bilt geboren. Hij werd Joop genoemd. Mijn moeder heette Tetje Posthuma, en is op 5 maart 1909 ook in De Bilt geboren. Haar vader kwam uit Friesland.

Ons gezin bestond uit vier kinderen, waarvan ik de oudste ben. Mijn vader was bloemist aan de Schoolstraat 11. Wij hadden een bloemenwinkel die in 68 jaar heeft bestaan. Mijn ouders hadden de winkel gehuurd. Vader kweekte zelf geen bloemen, maar ging met een auto naar de veiling.

Hij had zelf geen auto, maar reed met iemand mee. Mijn vader ventte niet met bloemen. Hij was vaak ziek, leed aan multiple sclerose. Alles werd vanuit de winkel verkocht. De klanten bestelden bij ons vanalles zoals trouwboeketten tot bloemstukken voor begrafenissen.

Ik ben aan de Burgemeester De Withstraat op de kleuterschool gegaan bij juffrouw Dolk. Daarna ben ik in september 1946 naar de lagere school op de Groen van Prinsterenweg gegaan. Die heb ik zes jaar gevolgd. Wij zaten in houten banken en hebben nog met een kroontjespen leren schrijven.

Ik had geen vriendinnen op school, want ik had eczeem door astma. Soms moest ik tijdens een astmatische aanval een week op school verzuimen. Toen ik een jaar of zes oud was, hadden we kennissen in Middelburg. Ik ging dan soms gedurende de hele schoolvakantie zes weken naar Middelburg.

Dat was goed voor mijn astmatische aandoening. Na de lagere school ben ik naar de huishoudschool aan de Jasmijnstraat in De Bilt gegaan. Ik kreeg er o.a. les van mej. Ouwejan, waarvan mijn moeder zelfs nog les heeft gehad. Je leerde er koken en strijken. Dat was wel leuk met die ouderwetse strijkijzers die je op het gas moest verwarmen. Ik heb er twee of drie jaar op gezeten. Hierna ben ik bij mijn ouders in de zaak gaan helpen.

Ik moest door mijn astma veel buiten zijn. Ik maakte geen bloemstukken, maar moest ze op de fiets wegbrengen. Ik fietste graag. Soms kwam ik wel eens te laat thuis. En dan vroegen waar ben je helemaal geweest? Soms zat ik bijna in Amsterdam. Ik ging jaren achtereen met mijn vriendin, mevrouw Brinkhorst, een dagje op de fiets naar de zaterdagse markt in Spakenburg. Dat was heel gezellig.

De andere drie kinderen uit ons gezin zaten nog op school en leerden door. Ik kon dat allemaal niet, maar kon wel goed met geld omgaan. Mijn ouders hadden veel vaste klanten. Sommige hadden voor vijf gulden een abonnement en kregen daarvoor vier zaterdagen een klein boeketje bloemen. Dat was heel leuk. De bloemen bezorgde ik ook in Zeist of Utrecht op de fiets en daar kreeg ik twee kwartjes voor.

Ik liet ook wel eens onderweg iets vallen en dan belden de klanten naar mijn vader waar ik bleef. Mijn vader was 49 jaar oud toen hij in 21 juni 1962 overleed. Mijn moeder heeft de zaak voortgezet totdat mijn broer naar de Hessenweg vertrok.

Ik ben godsdienstig opgevoed. We gingen in mijn jeugd naar de hervormde Dorpskerk aan de Burgemeester De Withstraat. Ik heb catechisatie gehad van dominee Bijlsma. Ik heb ook belijdenis gedaan. Af en toe gingen we naar de kerk, meestal de jeugddienst. Mijn eerste man was eigenlijk van rooms-katholieke huize, maar dat maakte me eigenlijk niet veel uit.

In 1963, ik was toen 23 jaar oud, ben ik getrouwd met Philippe Kloosterhuis. We kwamen op de Van Ostadelaan 27 te wonen. Het was een huis van een douairière. We zijn aan het huis gekomen doordat een oom van mijn vader er gordijnen had geleverd. We hebben er ongeveer anderhalf jaar gewoond. Mijn man was timmerman in de bouw. Na mijn trouwen bracht ik zaterdags nog de bloemen voor mijn ouders rond.

Mijn man overleed 9 december 1966 op 27-jarige leeftijd. Ik had toen een zoontje van 19 maanden oud. We woonden in de Schoolstraat 5 in De Bilt. De mensen meden ons een beetje, omdat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. Vanaf de Schoolstraat ben ik in 1969 naar het Heemstrakwartier verhuisd.

Wat mij opvalt, is dat sinds mijn jeugd de Schoolstraat niet veel is veranderd. In mijn jeugd was er onze bloemenwinkel, een slagerij, een kapper en een kruidenierszaak. En aan de overkant zat bakker Kwakernaak. Maar er is nu geen een winkel meer in de Schoolstraat. Mijn broer, Johan Hendrik, heeft later de bloemenwinkel van mijn ouders voortgezet aan de Hessenweg 149. Hij is er alweer een tijdje geleden mee opgehouden.

Tegenwoordig is er een kledingzaak in dat pand. In 1969 ben ik hertrouwd met Gijsbertus Verbeek, hij noemde zich Bertus. Hij werkte aanvankelijk op een verffabriek in Zeist en later als klusjesman bij Hessing auto ?s. Hij is op 28 december 1986, 46 jaar oud, overleden. Tijdens mijn tweede huwelijk kreeg ik nog twee dochters, Saskia, geboren 20 december 1971 en Mariska, geboren 28 augustus 1975.

Met één van mijn dochters ben ik wel eens op een dag heen en terug naar Almere gefietst. Omdat mijn huis aan het Heemstrakwartier zo nat was, ben ik in 1971 aan de Plutolaan gaan wonen. We hebben 10 jaar aan de Plutolaan gewoond. Daarna heb ik 22 jaar op de galerij aan de Kometenlaan gewoond en woon nu bijna tien jaar in mijn huidige woning.

De ontwikkelingen in het dorp zijn voor mij niet meer bij te benen. Ik zou in deze tijd geen twintig jaar meer willen zijn. De kinderen van tegenwoordig moeten alles, een tv, een computer en internet. Ik heb in mijn jeugd wel een fototoestel bij elkaar gespaard van de twee kwartjes die ik kreeg voor het op de fiets wegbrengen van bloemen naar Utrecht of Zeist.