Fossielen en Paleontologie

Inleiding door Marga Verschoor.

Fossielen

Veel mensen hebben, zonder dat ze het weten, versteende resten van planten of dieren in huis, fossielen. Bekende voorbeelden zijn travertin vensterbanken en allerlei vormen van natuurtegels.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_1
Fossielen in blauwsteen in de Mathildezaal van het Gemeentehuis De Bilt. Enkele brachiopoden (cirkel- en halvemaanvormige schelpfragmenten). Onderaan waarschijnlijk mosdiertjes. Foto: Rob Herber

Vroeger had iedereen steenkool als brandstof in huis en daarin waren soms afdrukken van bladeren te vinden.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_2
Afdrukken van planten in steenkool, Foto: dreamstime

In de steden vinden we fossielen in hardstenen stoepranden. Bijna al dergelijke fossielen zijn in recente tijden door de mens geïmporteerd. Er zijn echter ook in de Nederlandse bodem fossielen aanwezig. Op het strand van de Westerschelde zijn fossiele schelpen en haaientanden te vinden.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_3
Fossiele haaientand uit Cadzand, Foto: ZeeinZicht

De grootste fossielen vinden we in Nederland in de Limburgse mergelgrotten, zoals van de uitgestorven maashagedis Bèr (prognathodon saturator), waarvan in 1998 een schedel en een stuk ruggengraat gevonden is.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_4
Foto: Geologie van Nederland

Paleontologie

Volgens Wikipedia is paleontologie de wetenschap die de ontwikkeling van het leven op onze planeet in het geologisch verleden, gebaseerd op alle fossiele resten of sporen van organismen bestudeert. De paleontologie omvat ook de studie van de afstamming en verwantschap van uitgestorven soorten met nu levende organismen, hun leefomgeving (paleomilieu) en de chronologie van de geologische geschiedenis van de Aarde.

Voor onze regio zijn Pleistoceen en Holoceen van belang, omdat afzettingen uit deze periode aan de oppervlakte te zien zijn. Het Pleistoceen was de periode van 2,6 miljoen jaar geleden tot 10.000 jaar geleden. Het Holoceen begon 10.000 jaar geleden. Van het Pleistoceen wordt het voor onze regio interessant vanaf het Saalien,

370.000 jaar geleden. De verschillende geologische perioden kunnen bij Bodemonderzoek/Geologie gevonden worden.

Een fossiel moet, de naam zegt het al fossiliseren. Een organisme moet daartoe bijvoorbeeld in een rivier naar de bodem zakken en overdekt worden met een laag klei, leem of zand. Het moet niet te snel vergaan of ontbinden. Skeletdelen van dieren en cellulose van planten fossiliseren makkelijker dan weke delen van dieren en planten.

Fossielen, die we in Nederland en dan vooral in Limburg kunnen vinden zijn die van Neteldieren. Bloempoliepen die tot de neteldieren behoren hadden kalkskeletten, daarvan zijn resten teruggevonden in Limburg uit de tijd van het Midden Mioceen.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_5
Foto: De Belemniet

Ook Mosdiertjes (Bryozoa), zijn kolonievormende diertjes, waarbij ieder diertje in zijn eigen kamertje leeft. Mosdiertjes, leven los van de ondergrond en vaak hebben de kolonies de vorm van een schijf of een nap. Deze kleine fossielen uit het Mioceen zijn ook in Limburg worden gevonden. Ook nu nog komen mosdiertjes voor in zeeën, maar ook in visvijvers.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_6

Iets oudere fossielen uit het Krijttijdperk kunnen ook worden gevonden in Limburg. Dat zijn de Brachiopoden, deze komen nu nog voor in de Stille Oceaan. Zij hebben een kleine schelp, in het Krijt maximaal 2 cm, en zijn aan de ondergrond gehecht door een grotere klep. Bij het openen konden de kleppen haaks op elkaar staan.

Brachiopoden worden veel gebruikt als gidsfossielen. Om snel een indruk te krijgen van de ouderdom van een gesteente, maken geologen gebruik van zogenaamde gidsfossielen.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_7
Foto: Senckenberg

Weekdieren (mollusca) vormen een uitgebreide en heel gevarieerde groep. Sommige leven op of (gedeeltelijk) in de zeebodem, al dan niet vastgehecht; andere zwemmen vrij rond. In de Sint-Pietersberg zijn bijvoorbeeld inktvissen (ammonieten en belemnieten) gevonden Weekdieren, belemnieten: Belemnitella junior.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_8
Reconstructie: Naturalis

Het voedsel van de belemnieten moet vergelijkbaar zijn met dat van de huidige pijlinktvissen en zal voornamelijk bestaan hebben uit vis en schaal- en weekdieren. Bijna alle belemnieten zijn aan het einde van het krijt uitgestorven.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_9
Ammoniet uit het Laat-Krijt. Afbeelding: Wikipedia

Naast fossielen van ongewervelde dieren zijn er natuurlijk ook van gewervelden. Zij beschikken over een inwendig skelet.

De evolutie van de gewervelde dieren heeft zich voornamelijk afgespeeld na het Cambrium. Tijdens het Cambrium verschenen al verscheidene, zich naast elkaar ontwikkelende, groepen gewervelden.

Dit waren vooral visachtigen. In het Cambrium waren er kaaklozen ( prikken en slijmprikken), kraakbeenvissen en beenvissen, later ook panstervissen en stekelvinnigen. Zoals hier al eerder is vermeld zijn er geregeld haaientanden te vinden op de Nederlandse stranden.

Op de bodem van de Noordzee, vooral ten zuidwesten van de Bruine Bank en in het westelijker gelegen Deep Water Channel worden veel fossiele resten van de dieren uit het Pleistoceen opgevist.

Een boomkorkotter die een week lang bij de Bruine Bank blijft vissen ‘vangt’ ongeveer een mand vol met fossiele resten. De Noordzee is na Siberië de belangrijkste vindplaats van resten van de wolharige mammoet. Maar het was niet alleen deze reus die er leefde.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_10
Afbeelding: Ecomare

Uit de resten van planten en dieren die gevonden en onderzocht zijn kan men opmaken dat in het Weichselien het Noordzeegebied bedekt was met een gras- en kruidachtige vegetatie, hier en daar afgewisseld met bos.

Ook paarden, wolharige neushoorns, muskusossen, edelherten en steppenwisenten graasden op de vlakten, terwijl hertachtigen zich waarschijnlijk ophielden in de meer beboste lagere gebieden. Daarnaast leefden hier ook grottenberen, een alleseter met een voorkeur voor plantaardig voedsel.

Echte jagers waren de grottenleeuw, een soort hyena en de wolf. Nadere bestudering van de collectie fossielen van EcoMare in april 1996 heeft een aantal bijzondere vondsten aan het licht gebracht.

Dé specialist op het gebied van vondsten van zoogdieren uit de laatste ijstijd, Dick Mol, ontdekte tussen een aantal, dat nog niet op naam waren gebracht onder meer de ellepijp van een grottenbeer. De grottenbeer moet in lage dichtheden op deze ‘Noordzee-steppes’ hebben geleefd, maar echte vondsten zijn zeldzaam. Hij was een forse slag groter dan de tegenwoordige grizzlybeer.

KB_BO_Fossielen_Fossielen_11

De ijstijd-collectie van EcoMare is vooral samengesteld uit vondsten van Texelse vissers en bestaat voor de helft uit mammoet-botten en -kiezen. Daarnaast zijn er nogal wat resten van rendieren, wilde paarden, steppewisenten en enkele resten van de wolharige neushoorn te zien.

Ook in het opnieuw bestudeerde materiaal ontdekte Mol nog twee botten van de wolharige neushoorn. In 1998 vond een Texelse visser een opperarmbeen van een zwijn, Sus scrofa.

In het Huis van de Aarde in Den Oever zijn botten van een muskusos te zien. Er zijn nog meer diersoorten bekend, maar daarvan worden weinig resten gevonden. Mensen waren waarschijnlijk ook aanwezig, in zeer kleine aantallen.

Bewijzen daarvoor zijn de bewerkingen aan sommige botten, stenen werktuigen en mogelijk ook het hondenbot uit de collectie van EcoMare. Aan het einde van het Weichselien waren mensen talrijker. Deze leefden van de rendierjacht.

Gedurende perioden in het Weichselien zijn delen van het Noordzeegebied ook bedekt geweest met zee of grote zoetwatermeren. Daar kwamen zeezoogdieren voor, zoals de ringelrob, de zadelrob en de witte dolfijn of beloega. In het vroeg-Holoceen werd het klimaat warmer, en andere dieren verschenen in de omgeving van Texel.

Op het land kwamen edelherten en oerrunderen voor, in de snel oprukkende zee leefden walrussen en dolfijnen. De vondsten zijn afkomstig uit het laat-pleistoceen.

Regionaal

In de omgeving van De Bilt zijn fossielen van zoogdieren uit het laat-pleistoceen gevonden. In Amersfoort zijn resten van de wolharige mammoet, het reuzenhert, de wolharige neushoorn het edelhert en de steppewisent gevonden.

Uit de tijd van het holoceen is bij Amersfoort ook een fossiel van een huisrund (Bos taurus) opgegraven. Bij Houten zijn uit die tijd resten van de eland (Alces alces) en de otter (Lutra lutra).

KB_BO_Fossielen_Fossielen_12
Huisrund, Afbeelding: Ecomare

We wachten af tot er in De Bilt wat gevonden wordt!

Bronnen:

  • Reumer J. Opgeraapt, opgevist, uitgehakt. Fossielen vertellen de geschiedenis van
    Nederland. Contact, Amsterdam (2008)
  • De Grote Encyclopedie der Fossielen, REBO productions (1989)
  • www.geologievannederland.nl