Integratie, daar geloof ik niets van

Wim Krommenhoek (interview door Koos Kolenbrander en Rob Herber, 2013).

KB_TEN_SVV_Integratie
Wim Krommenhoek (links) met een ver familielid en naamgenoot in Calfornië, 2005

Wim Krommenhoek is op 17 april 1939 in Huize Ooievaar in Utrecht geboren en heeft tot 1958 aan de Waterweg in De Bilt gewoond. Zijn vader was officier bij de Koopvaardij en is vlak voor of na Wim s geboorte gaan varen en kwam pas in 1946 weer thuis. Tijdens de bezetting werd de koopvaardij vastgehouden in West Indië; hij kon niet meer terug naar Nederland. Wim is daardoor tot 1946 alleen door zijn moeder opgevoed.

Mijn vroegste herinneringen aan De Bilt gaan terug naar de tijd dat er nog vrijwel geen auto s reden. Ik heb nog jarenlang met de tram van De Bilt naar Utrecht gereden. Het was toen hier nog een betrekkelijk leeg en rustig dorp. Als je alleen maar naar de Hessenweg kijkt, dat was tijdens mijn jeugd een gewoon klinkerweggetje met grote lindebomen erlangs.

Er waren vrijwel geen auto s. Vanaf deze plaats (dr. Letteplein) keek je naar de huizen aan de Waterweg en wanneer je je omdraaide, keek je naar de huizen aan de Soestdijkseweg, er was nog niets tussen. Het was een heel andere sfeer, het oogde heel anders. Ik vind het wel eens jammer dat dit allemaal verdwenen is.

En de herrie die er de laatste twintig jaar steeds meer ontstaat. Veel huizen vertonen scheuren door het vrachtverkeer. Dat is allemaal van de laatste twintig jaar dat dit zo enorm is toegenomen. Ik heb bij juffrouw Dolk op de kleuterschool aan de Burgemeester De Withstraat gezeten.

Op de Waterweg had ik vrienden waar ik, ondanks de oorlog, altijd mee buiten speelde. Het land tussen de Waterweg en de Hessenweg was nog onbebouwd. Wij speelden er veel, groeven kuilen, stookten vuurtje en voetbalden totdat er in 1957 de flats werden gebouwd.

Snoep was er in de oorlog niet; mijn grootmoeder maakte koekjes van geraspte suikerbiet. Thuis brandde alleen beneden een kolenkachel. ‘s Winters was het verder stervens koud in huis. Ik herinner me dat ik in 1942/43 met mijn moeder boven uit het raam keek naar voorbij marcherende Duitse colonnes die zongen: Wir fahren gegen Engeland. Een paar huizen verderop was een enorm gat in de achtertuin gegraven waar Duitsers verboden radiotoestellen in gooiden.

Wanneer Soesterberg werd gebombardeerd, moest je onder de trap gaan zitten. Aan het verlengde van de Looydijk stond de boerderij Welgelegen van de fam. Van Brenk. Zij gaven mijn moeder af en toe een fles melk mee voor dat kleine jochie . Na de kleuterschool ben ik naar de Van Everdingenschool gegaan. Ik zat bij mevrouw Bakker in de eerste klas.

Andere onderwijzers waren mevrouw Van Zuilen en de heren Kraaijenhagen en Van Straaten. In de zesde klas werd ik met extra oefeningen rekenen en taal voorbereid op het toelatingsexamen voor de middelbare school. Jaren daarna heb ik die examens nog eens ingekeken en moet bekennen dat de kwaliteit van het basisonderwijs toen goed was.

Mijn vader kwam na de bevrijding weer even naar Nederland en ging daarna meteen weer varen. Hij was soms lange tijd van huis. Mijn moeder moest zich alleen zien te vermaken. Hierdoor waren we in 1952 één van de eersten in de buurt die een tv hadden.

Een oom en tante kwamen op zaterdagavond helemaal met de bus uit Utrecht om tv te kijken. In 1951 ben ik naar Het Nieuwe Lyceum in Bilthoven gegaan en heb daar in 1957 het diploma HBS-B behaald. De leraren waar ik veel aan heb gehad en met veel respect aan terugdenk, waren degenen die hun vak goed beheersten, dat ook duidelijk over konden brengen en je ook wat konden bijbrengen.

Ik herinner me de heren van Alphen voor natuurkunde, Vermeer voor scheikunde, Ramaer voor biologie. De klassieke geschiedenis gaf mevr. Saar André. Mijn voorkeur lag bij de exacte vakken.

In 1957 had ik de mogelijkheid om i.v.m. mijn studieplannen uitstel van de militaire dienstplicht aan te vragen. Ik ben toen in Utrecht geologie gaan studeren, maar ben later overgestapt naar biologie.

Eerst heb ik een didactiekopleiding gevolgd waardoor ik de lesbevoegdheid voor het middelbaar onderwijs verkreeg. Het hoofdvak voor mijn doctoraal examen was paleontologie. De hoogleraar raadde mij aan mijn eindscriptie te gebruiken als basis voor een promotieonderzoek. Dat heb ik gedaan en in 1966 ben ik gepromoveerd bij Von Koenigswald, de man die bekend was van zijn Pithecanthropus vondsten op Java.

Na mijn promotie waren uitstelmogelijkheden voor de militaire dienstplicht voorbij. Op een studentenfeestje in 1958 heb ik mijn vrouw Martha Berendsen leren kennen die in 4-12-1940 aan de Strausslaan in Bilthoven is geboren. Je kon toen nog in plaats van de militaire dienstplicht te vervullen in de ontwikkelingshulp gaan werken.

We zijn getrouwd en in 1967, 27 maanden naar Oeganda gegaan om in het ontwikkelingswerk te doen op een missiecollege. Dat gaf me veel meer voldoening dan de militaire dienst.

Na onze terugkomst uit Afrika ben ik aan de slag gegaan als leraar Biologie, opvolger van de heer Ramaer op Het Nieuwe Lyceum. We zijn in mijn ouderlijk huis aan het dr. Letteplein gaan wonen. Ik heb er van 1969 tot 2008 op het lyceum gewerkt.

Vlak voor een vakantie zette ik wel eens de traditie van mijn voorganger Ramaer, het voorlezen in de klas, voort. Ik maakte er een traditie van om regelmatig dia s van de ontwikkelingslanden in de klas te laten zien. Om de kinderen een idee te geven hoe het ook kan zijn en dat de rijkdom van Bilthoven niet vanzelfsprekend is en dat het voor de meesten ook anders is. Het onderwijs was vrijheid blijheid voor mij, ik had een eigen winkel.

Toen mijn pensionering in zicht kwam, ben ik me meer gaan interesseren in de geschiedenis van De Bilt en heb een aantal artikelen in De Biltse Grift gepubliceerd. Daarvoor had ik bovendien 30 jaar reizen georganiseerd voor biologen en natuurliefhebbers naar allerlei tropische uithoeken van de aarde. Ook was ik 20 jaar lid van de Rode Kruis Colonne in de Bilt en later bestuurslid. Ik ben met de Rode Kruisboot mee geweest.

Ik kan me voorstellen dat de annexatie van De Bilt met Maartensdijk administratief gezien voordelen heeft. Maar de cultuurverschillen tussen beide dorpen zijn zo groot, dat het naar mijn gevoel nooit tot een integratie kan komen. Daar geloof ik niets van.

De bevolking van De Bilt vind ik zo totaal anders dan die van Maartensdijk, dat ik niet geloof dat er snel integratie tot beide groepen tot stand zal komen. Er heerst een andere mentaliteit. De Maartensdijkers willen ook niet van ons weten.

Naschrift redactie:
De didactische aanpak door Wim Krommenhoek van het biologieonderwijs op Het Nieuwe Lyceum was zeer bekend. Hij had in onderwijskundige kringen een zeer goede naam. Martha Berendsen had een groot aantal jaren bestuursfuncties in het PC onderwijs.