Jodendom

We zien het huisje van Johannes van der Poel, dat rond 1850 gebouwd zal zijn en ongeveer een eeuw later werd afgebroken. Het stond ten zuiden van de Julianaschool, ongeveer daar waar nu de Kwinkelier te vinden is.

Een dergelijk huisje had slechts één kamer met bedstede en soms een aangebouwde schuur annex stalruimte. Op de achtergrond zien we links de watertoren, die in 1926 gebouwd werd. Rechts zien we achter de bomen nog een of meer vergelijkbare huisjes liggen.

De eerste vermelding betreffende bewoning van het gebied dat we nu als Bilthoven Centrum en Centrum 2 kennen is te vinden in het kerkelijk archief. In 1830 werd een notitie gemaakt over hutten op de Heide die bewoond werden door de allerarmsten. Die probeerden op de schrale grond een karig bestaan op te bouwen.

KB_TEN_Register_Jodendom
Huisje o/h Jodendom Bilthoven (1929)

In 1836 is er sprake van een officiële ontginning op de heide door dagloners die voor 99 jaren een stukje heidegrond in erfpacht kregen, onder de voorwaarde dat ze de hun toegewezen grond (ongeveer 1 bunder, 1 ha) zo spoedig mogelijk in cultuur brachten.

Johannes van der Poel was een van de eerste pioniers, die zijn huisje bouwde niet ver van het ‘Joodenkerkhoff’, zoals het gebied officieel werd aangeduid. In de volksmond echter kwam de naam Jodendom in gebruik. Sinds 1797 was daar een Joodse begraafplaats te vinden. Op het kerkhof heeft echter maar één begrafenis plaatsgevonden, namelijk in 1806. Het anderhalf jarige dochtertje van Levi Marcus werd toen begraven op het ‘Joodenkerkhoff aan De Bilt’.

In 1807 kreeg de Joodse gemeente uit Utrecht een terrein beschikbaar bij de Rode Brug. Dat stuk grond was minder afgelegen. Wel betaalde de Joodse gemeente nog jaarlijks de erfpachtcanon van 3 gulden per jaar aan Domeinen. In 1864 werd die verplichting met 45 gulden afgekocht, waardoor de begraafplaats eigendom van Domeinen werd.