Letteplein

Deze kaart uit 1930 toont ons het Dr. Letteplein, bezien vanaf de Groenekanseweg. Als onderschrift staat echter op deze kaart Hessenweg. De naam Dr. Letteplein kwam pas in gebruik in 1950. Zoals blijkt uit de raadsnotulen d.d. 27 maart 1950 wees de heer Pama tijdens die vergadering op het feit dat dr. H.K. Lette ongeveer een jaar geleden overleden was (8 april 1949).

KB_TEN_Register_Letteplein_1
De Bilt, Hessenweg (1930)

De burgerij zou volgens hem voor dr. Lette, evenals voor zijn vader die hier ook arts geweest was, een monument willen oprichten. Pama wilde een iets eenvoudiger eerbetoon en vroeg de raad om het gedeelte van de Hessenweg, genummerd 211 en 240 en hoger de naam te geven Dr. Letteplein. Dit voorstel werd ingewilligd, zij het dat Hessenweg 211 nog steeds bestaat, maar dat Hessenweg 211A werd omgenummerd tot Dr. Letteplein 1.

We zien op deze kaart aan de linkerkant het dubbele woonhuis dat als adres heeft Dr. Letteplein 4-6. Nummer 4 had oorspronkelijk als adres Hessenweg 240 en werd op 8 april 1950 officieel omgenummerd. Het werd gebouwd naar ontwerp van architect Abram van Asperen in opdracht van de weduwe Van Schaik. De bouwvergunning werd verleend op 12 maart 1924. Het betrof de bouw van een dubbelwoonhuis met houten schuur. Als locatie werd Hessenweg aangegeven.

Aan de rechterkant liggen de huizen die voor het merendeel omgenummerd werden en oneven nummers kregen. Het dubbele woonhuis kreeg als adres Dr. Letteplein 7-5 en het pand (met hoog dak) kreeg nummer 3. Het lagere huis had en heeft als adres Hessenweg 211.

Dr. Letteplein 1 werd gebouwd in 1936, dus nadat deze opname gemaakt werd. De aanvrage voor dat pand werd gedaan door H. Dijkslag op 9 april 1936. Bouwmeester was F. Spronk, wonende aan de Looijdijk 168. Het betrof een woonhuis met garage. Op 29 april 1936 werd door burgemeester en wethouders de bouwvergunning verleend.

De bouwvergunning voor nummer 3 werd op 11 juni 1925 aangevraagd door W.F. Emmelot uit Utrecht. Het betrof een woonhuis met stenen garage. De vergunning werd op 8 juli 1925 verleend en had, volgens een notitie, als adres Hessenweg 213.

Het dubbele woonhuis 5-7 werd gebouwd in 1926. De vergunning werd verleend op 2 februari 1926. Aanvrager voor de bouw was C. Vringer, wonende aan de Hessenweg op nummer 222. Op 8 april 1950 werd het adres Hessenweg 215 omgenummerd tot Dr. Letteplein 5 en werd Hessenweg 217 Dr. Letteplein 7.

Voor de nummers 9-11 werd op 9 oktober 1926 vergunning verleend. Er werden, volgens de bouwvergunning, ook twee stenen schuurtjes gebouwd waarin geen motorrijtuigen of motorrijwielen geplaatst mochten worden. Bij hetzelfde besluit van 8 april 1950 kregen deze huizen het adres Dr. Letteplein 9-11.

KB_TEN_Register_Letteplein_2
De Bilt, Dr. Letteplein (1964)

De kaart uit 1964 laat ons de flats zien die aan het Dr. Letteplein op de nummers 22-38 te vinden zijn. We kijken richting Soestdijkseweg. Achter de flats zien we boerderij Bildzigt, die kort na het fotograferen van deze ansichtkaart gesloopt zou worden. Toen de bouwaanvrage betreffende het op de kaart getoonde appartementencomplex werd ingediend stond op de plek waar het gebouwd zou worden nog het Huis Meijenhage.

De bouwaanvrage werd ingediend door Rosenthal’s Bouwbedrijf N.V. Als architect werd in de aanvraag Ant. de Ridder vermeld, wonende in Utrecht. Meijenhage werd in de zomer van 1955 gesloopt, waarna de bouw van de flats kon beginnen. Volgens een uitbreidingsplan, gedateerd 26 oktober 1937, een plan dat door Gedeputeerde Staten van Utrecht bij besluit van 2 februari 1938 was goedgekeurd, zouden er op die plek dergelijke woningen niet gebouwd mogen worden.

Er zouden ter plekke ten hoogste vier woningen mogen worden gebouwd, elk met een inhoud van tenminste 400 m³. De appartementen waren aanzienlijk kleiner. De flats kregen een inhoud die varieerde van 254 tot 324 m³. Bovendien zou het te bouwen complex te hoog worden volgens de normen, genoemd in het uitbreidingsplan van 1937.

Toch werd de vergunning verleend. Men vond de plek waar het appartementencomplex gebouwd zou worden, stedenbouwkundig verantwoord. Bovendien was men in 1954 al bezig met de herziening van het uitbreidingsplan. De eigenaren van de naastgelegen gronden hadden bovendien de gelegenheid gekregen om bezwaren in te dienen.

Van 17 april tot en met 1 mei 1954 had het plan ter inzage gelegen. Er waren geen bezwaren ingebracht. Wegens het in die jaren heersende woningtekort vonden burgemeester en wethouders het niet wenselijk de bouw uit te stellen tot er een nieuw uitbreidingsplan gereed was.

Vandaar dat het college op 14 mei 1954 een bouwvergunning verleende aan Rosenthal’s Bouwbedrijf N.V. De bouw zal kort daarna begonnen zijn.