Ockeghemlaan

Bij raadsbesluit dd. 26 oktober 1960 werd aan de weg ten noorden van de Obrechtlaan, bestaande uit een pleintje met drie armen naar de Haydnlaan, de Schubertlaan en de Obrechtlaan de naam Ockeghemlaan gegeven.

KB_TEN_Register_Ockeghemlaan
BILTHOVEN. Ockeghemlaan (1964)

Johannes Ockeghem was een componist, die leefde van 1430 tot 1495. Hij was een tijdgenoot van Jacob Obrecht. De laan ligt dus in Bilthoven in de componistenbuurt. Het huis dat we rechts zien heeft als adres Ockeghemlaan 19 en ligt, bezien vanaf de Obrechtlaan, aan de rechterkant van het pleintje, waar in het midden een parkje te vinden is.

De er achter liggende huizen zijn genummerd 17, 15 en 13. De straat op de voorgrond is de Obrechtlaan. De bouwaanvrage, gedateerd 20 april 1959, betreffende de huizen, die als adres kregen Ockeghemlaan 1 t/m 23 en 4 t/m 38 werd gedaan door bouwbedrijf Lisman uit De Bilt. De te bouwen dubbele woonhuizen werden gerealiseerd op het terrein dat gelegen was tussen de Schubertlaan, de Haydnlaan en de Obrechtlaan. De bouwvergunning werd verleend op 8 augustus 1960.

In de bouwvergunning werden de volgende zinsneden opgenomen:

  • dat immers volgens het geldende uitbreidingsplan het terrein bestemd is voor tuinen en erven;
  • dat vanwege de genoemde afwijking de gevraagde vergunning op grond van art. 6 lid 2 der Woningwet geweigerd zou moeten worden;
  • overwegende evenwel, dat art. 20 der Wederopbouwwet de mogelijkheid opent onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden desondanks een bouwvergunning te verlenen;
  • dat het bouwplan in overeenstemming is met het uitbreidingsplan in onderdelen „Obrechtlaan e.o.” , vastgesteld bij raadsbesluit van 25 april 1960, maar nog niet goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Utrecht;
  • dat gedurende de termijn van ter visie ligging van genoemd uitbreidingsplan „Obrechtlaan e.o.” (22 februari – 21 maart 1960) tegen de ontworpen bebouwing een bezwaarschrift is ingediend door de heer S. Beijer, Schubertlaan 9 te Bilthoven, op welk bezwaarschrift de raad afwijzend heeft beschikt;
  • dat de provinciale Utrechtse Welstandscommissie geen bezwaren heeft tegen het uiterlijk aanzien;
  • dat er geen bezwaren zijn om af te wijken van de voorschriften, bedoeld in paragraaf 7 van de Woningwet;
  • dat eveneens door de uitvoering van het ingediende bouwplan de belangen, tot welker bescherming de voorschriften van het uitbreidingsplan strekken, niet in zodanige mate zullen worden geschaad dat de uitvoering achterwege behoort te blijven;

De bouwvergunning bestond dus niet, zoals de meeste, uit enkele regels. In deze vergunning werd uiteengezet waarom er ter plekke toch gebouwd mocht worden. De vergunning werd verleend, zoals hierboven vermeld, op 8 augustus 1960. Gedeputeerde Staten keurden op 1 september 1960 het plan goed.