Op woensdag een gehaktballetje

Wim Burbach (interview door Koos Kolenbrander en Rob Herber, 2013).

KB_TEN_SVV_Gehaktballetje
23 Augustus 1944, De Biltse Duinen. Links op de voorgrond Wim Burbach, achter hem zijn ouders, in het midden Toon Ruiters met Sjaan Ruiters en Toon Ruiters’ jongere zus, rechts Map Bolle met haar kinderen Maxje en Doortje. De joodse familie Bolle is heelhuids de oorlog doorgekomen.

Wim Burbach is op 23 maart 1941 aan de Steenen Camer 45 in De Bilt geboren. Zijn vader werkte als trompettist bij het Utrechts Stedelijk Orkest. Zijn grootvader was ook trompettist. Wim’s moeder, Maria Warnars, kwam uit Wijk C in Utrecht. Haar vader was violist en speelde ook bij het USO.

Ik heb nog een broer die net voor de Bevrijding op 3 mei 1945 is geboren en een zus die na de oorlog is geboren. Tot 1956 lag de Steenen Camer nog in een landelijk gebied. Achter onze huizen was het weiland en de boomgaard van boer Floor met daarachter de kwekerij van Van Vulpen.

Het was een kinderrijke buurt. Van elke leeftijd waren er al gauw 5 jongens en meisjes en ik had zelf meer dan 10 vriendjes en vriendinnetjes die even oud waren als ikzelf. We waren vaak in het bos, dat later de munitieopslagplaats Larenstein is geworden. Het bos achter het Tolhuisje noemden we het Tollebos.

We speelden vaak slagbal op straat. De regenput was het thuishonk en de lijsterbes- en eikenbomen langs de straat waren de honken. Je had de vrijheid er waren nog weinig auto s in de straat. In de Steenen Camer stonden aanvankelijk maar een of twee auto s. Alleen s middags tegen vijf uur moest je oppassen, want dan ging de Inventumfabriek uit en kwamen er wel 400 á 500 mensen door de Steenen Camer fietsen.

Mijn vader werkte als trompet- en pianoleraar aan huis. Ik heb evenals mijn broer en zus pianoles van hem gehad, maar ben mijn vader in de muziek niet opgevolgd. Hij vond het belangrijker dat ik de middelbare school voltooide.

Ik zat op de St Michaëlschool en kreeg daar de catechismus met de paplepel ingegoten. Daarna ben ik naar de Rijks-HBS aan de Kruisstraat in Utrecht gegaan en heb in 1959 mijn diploma behaald. Na mijn examen heb ik 15 maanden in het Natuurkundig laboratorium van Philips gewerkt.

Ik woonde op kamers in Eindhoven en vond het lekker om al jong op eigen benen te staan. Tijdens mijn militaire dienstplicht kwam ik in 1961 in t Harde terecht. Er was toen paniek in het westen, want de Berlijnse muur werd gebouwd. De verplichte militaire diensttijd werd prompt met een maand verlengd.

Daarna ben ik als geluidstechnicus bij de Nederlandse Televisie Stichting gekomen. Het was de tijd van Wim Sonneveld, de begrafenis van Kon. Wilhelmina en de Elfstedentocht. In 1963 stond ik nog eerder dan Reinier Paping aan de finish. Vooral de opnames van Swiebertje met Fred Benevente als regisseur waren meestal een grote keet.

In 1965 ben ik getrouwd en hebben vanwege de armoede nog een tijdje bij mijn moeder op zolder gewoond. We kregen twee jaar later de keuze uit een flatje op de Saturnuslaan voor 80 gulden of de Matserflat voor 180 gulden huur per maand. Dat werd dus de Saturnuslaan. Daar hebben we bijna vijf jaar gewoond.

In 1964 ben ik bij Laméris Medische Instrumenten aan de Biltstraat in Utrecht gekomen. Ik heb er twintig jaar gewerkt en de zesjarige avond-HTS gevolgd. In 1984 ben ik daar als hoofd verkoopleider vertrokken en was ik tot 1986 verkoopleider bij de industriële afdeling van een edelmetaalbedrijf in Amsterdam.

Hierna heb ik nog twee jaar bij een bedrijf in laboratoriumhandel gewerkt en daarna bij HoekLoos Medical in Amsterdam. In 1995 ben ik gestopt met werken, toen dat bedrijf haar medische apparaten-activiteiten beëindigde.

Op dit moment ben ik mijn familiegeschiedenis aan het uitzoeken. De meeste Nederlandse Burbachs komen uit de omgeving van Zwolle. Burbach is een plaatsje bij Siegen en Dillenburg in Nassau Dietz. Ik kom erachter dat ik eigenlijk nog maar heel weinig over mijn voorouders weet.

Ik kan me de gaarkeuken tijdens de bezetting op Meyenhagen nog goed herinneren. Als kind stond je soms met een paar mensen uit de straat met een emmer in de rij om eten te halen.

Ik weet nog dat ik thuis alleen aan een tafeltje zat te eten terwijl mijn ouders toekeken. Tijdens de bevrijding gingen we soms Canadezen kijken. Ik stond met mijn vader langs de Utrechtseweg naar de bevrijders te juichen. Wat ik me daar nog goed van herinner was de opgetogenheid van de mensen.

Ik heb na de oorlog de enorme snelle ontwikkeling meegemaakt. Zoals de komst van de auto en de tv. Wat ik me ook nog goed herinner is het gejuich van het DOS-publiek in Utrecht toen ze in 1948 landskampioen werden. Het stadion stond zo op zijn kop, dat het helemaal in De Bilt te horen was. Het feestje daarna bij buurman Van Der Leck, de trainer van DOS, was ook niet bepaald geluidloos.

We zaten veel buiten, waren niet rijk, hadden een platenspeler en draaiden de eerste Rock en Roll 78 toeren platen, bijvoorbeeld Shake, Rattle and Roll van Bill Halley. Mijn vader is in 1956 overleden. Ik heb me nooit arm gevoeld.

Eens in de week een pondje rundvlees en op woensdag een gehaktballetje. De groente kwam vaak uit het volkstuintje dat we achter de begraafplaats Brandenburg hadden.