Sluishoef

Even ten westen van Sandwijck ligt de buitenplaats Sluishoef. Dit buitenhuis werd omstreeks 1823 opgericht door Hendrik de Heus, een Amsterdamse knopenfabrikant. Sinds 1859 behoort Sluishoef tot Sandwijck.

KB_TEN_Register_Sluishoef
(2001), Foto: Hans Haan, De Bilt, Utrechtseweg 315

De naam Sluishoef verwijst naar de sluis die zich bevond in de Biltse Grift. Tegenwoordig is ter plekke een stuw te vinden.

In 1645 was er bij de sluis een vingerhoedmolen, opgericht door Jan Claesz. Schot. Dit was een watermolen en deze maakte gebruik van het verschil in waterhoogte bij de sluis. Een waterrad zorgde voor de aandrijving van een machine waarmee vingerhoeden werden gemaakt. Deze molen heeft tot circa 1800 dienst gedaan. In 1808 werd het waterrad gesloopt en de erbij behorende gracht gedempt.

Na aankoop van het landgoed door Hendrik de Heus werden de bijgebouwen gebruikt als stanserij en pletterij voor koperen schijfjes, vermoedelijk voor knopen maar misschien ook als toelevering voor de Utrechtse Munt. De aandrijving geschiedde door middel van een stoommachine, dit tot grote ergernis van zijn buurman, de toenmalige eigenaar van Sandwijck (zie Landgoederen/Sandwijck).

Sluishoef kwam in 1848 in bezit van jhr. David Jan Martens. In 1963 kwam niet alleen Sandwijck maar ook Sluishoef in het bezit van de Rijksuniversiteit Utrecht.

Sluishoef heeft er vele jaren verkommerd bijgestaan. Tegenwoordig is het, mooi gerestaureerd, weer particulier bewoond. Ook de oranjerie, die aan het huis is vast gebouwd, is in oude glorie hersteld.