Sweelincklaan

De Sweelincklaan is een van de wegen die in het Oosterpark werden aangelegd. Het eerste besluit betreffende de naamgeving van de in dat park geprojecteerde wegen werd door de raad genomen op 19 maart 1918.

Dat raadsbesluit werd echter op 8 november 1923 ingetrokken, dit in verband met een iets gewijzigd tracé van sommige in het besluit van 19 maart 1918 genoemde wegen. Op 8 november 1923 werd besloten aan de wegen in het Oosterpark de volgende namen te geven: Lassuslaan, Sweelincklaan, Wagnerlaan, Obrechtlaan, Mozartlaan, Verhulstlaan en Strausslaan.

KB_TEN_Register_Sweelincklaan_1
Broederschapshuis, Bilthoven (1921)

Het Broederschapshuis heeft als adres Sweelincklaan 1 en is gelegen op de hoek van de Beetslaan. De bouwvergunning werd verleend aan C. Boeke op 26 juni 1919. De architect was C. de Haan uit Utrecht en de uitvoerder C. van Doorn, eveneens uit Utrecht.

Kees Boeke en zijn vrouw Beatrice Boeke – Cadbury waren vredesactivisten. Na hun gedwongen vertrek uit Engeland vestigden zij zich in Bilthoven in het Boschhuis, een villa gelegen aan de Beetslaan. In het adresboek van Bilthoven uit 1922 staat bij Beetslaan 7: (beneden) Open Leeskamer, ‘Boschhuis’ T 6651 Kantoor Gemeenschaps-Leiding (boven) B. Boeke – Cadbury. C. Boeke.

In het Boschhuis werden bijeenkomsten georganiseerd die druk bezocht werden. In december 1918 werd tijdens een dergelijke bijeenkomst besloten tot oprichting van De Broederschap in Christus. In 1919 werd in het Boschhuis een internationale conferentie gehouden. Toen werd besloten tot de oprichting van een Christelijke Internationale, waarvan o.a. Kees Boeke de secretaris werd.

Het Broederschapshuis werd op het terrein van het Boschhuis gebouwd. In het pand werden samenkomsten en conferenties gehouden. De gasten konden er ook verblijven. Het gebouw werd meermalen verbouwd en vergroot.

Zo werd er op 20 januari 1938 vergunning verleend in verband met een uitbreiding van het vakantiehuis. In die tijd was het Broederschapshuis in gebruik bij de Doopsgezinde Kring Bilthoven.

In het blad Utrecht in Woord en Beeld van 3 juni 1938 staat o.a.: Dezer dagen is het bekende Broederschapshuis aan de Beetslaan te Bilthoven, nadat het een uitgebreide verbouwing had ondergaan, wederom opengesteld. Met ziet hier het conferentiehuis, dat onder leiding staat van een bestuur, samengesteld uit de kerkenraden van de doopsgezinde gemeenten van Amsterdam en Utrecht.

In 1975 werd er een bestemmingswijziging aangevraagd voor het Broederschapshuis dit in verband met de mogelijke vestiging van de accountantsmaatschap Dijker en Doornbos. Zoals blijkt uit een interne notitie die zich bevindt in het gemeentelijk dossier betreffende bouwvergunningen hoefde er geen wijziging te worden aangebracht betreffende de bestemming aangezien kantoorgebouwen ook als bijzondere gebouwen werden aangemerkt.

KB_TEN_Register_Sweelincklaan_2
Tuin v/h „Mosje”, Bilthoven (1924)

De prentbriefkaart uit 1924 laat de tuin zien van villa ’t Mosje, gelegen hebbend op een perceel grond tegenover het Broederschapshuis ter plekke van de nummers 2, 2a, 2b, 2c en 2d.

Op 7 augustus 1918 werd aan W.P. de Vreede uit Noordwijk een vergunning verleend voor de bouw van een villa. Bij een iets later ingediende bouwaanvrage betreffende een kleine verbouwing werd als adres Sweelincklaan genoemd. Blijkens het adresboek uit 1922 woonde op nummer 2 de arts H.J. Kessler en was de naam van de villa ’t Mosje. Dokter Kessler heeft tot 1926 op dat adres gewoond.

De tuin is waarschijnlijk verloren gegaan door een in 1982 in behandeling zijnd bestemmingsplan waaruit blijkt dat men daar ter plekke woningbouw wilde realiseren.