Tevreden

Joop Verzuu (interview door Koos Kolenbrander en Rob Herber 2013).

KB_TEN_SVV_Tevreden
Joop Verzuu in de Obrechtlaan in 1942

Johannes Theodorus Dominicus Maria Verzuu is op 1 februari 1935 aan de Haydnlaan 52 in Bilthoven geboren. Zijn vader, Jacobus Johannes Josephus Verzuu (1901-1971), is de ontwerper van het houten ADO speelgoed (ADO: Arbeid Door Onvolwaardigen) dat tot 1955 in het sanatorium Berg en Bosch in Bilthoven door t.b.c- patiënten werd gemaakt.

Moeder werkte als assistente van prof. Bronkhorst in Apeldoorn, de geneesheer-directeur en oprichter van het sanatorium Berg en Bosch in Bilthoven. Vader is afgestudeerd aan de MTS, richting Weg- en Waterbouwkunde.

Omdat hij geen werk op zijn vakgebied kon vinden in verband met de crisistijd, heeft hij in 1928 bij prof. Bronkhorst gesolliciteerd om de arbeidstherapie op te zetten en te leiden. Het doel van de therapie was dat de TBC- patiënten die 2 tot 4 jaar in de boslucht moesten kuren na hun herstel weer arbeidsgeschikt in de maatschappij terug konden keren.

Ik was de zevende in een gezin van 11 kinderen. Omdat het huis aan de Haydnlaan te klein werd, zijn we in 1936 naar de Obrechtlaan 30, achter de huidige Schutsmantel, verhuisd. Hier heb ik mijn jeugd doorgebracht en ben er uit getrouwd.

Van 1941 tot 1949 zat ik op de R.K. Theresia van Lisieux-basisschool aan de Gregoriuslaan. Van de crisistijd heb ik als kind niet zoveel gemerkt. Wel heb ik veel van de bezettingstijd meegemaakt. Zoals de bombardementen op vliegveld Soesterberg. We woonden hemelsbreed maar een paar kilometer van het vliegveld af.

Regelmatig werd een van ons naar de gaarkeuken in de Theresiaschool gestuurd om eten voor ons gezin te halen. Soep werd daar uit grote melkbussen geschept. Het was troep en stonk vaak naar kool, maar je at het, want je had honger. We hadden soms thuis geen eten meer, maar wel voldoende hout voor de kachel. Moeder zette dan vaak alleen maar water op in de hoop dat vader eten meebracht.

In de Hongerwinter ben ik met vijf broers drie maanden in Ootmarsum geweest waar wel genoeg te eten was. Mijn oudste broer Leo studeerde voor priester aan het Grootseminarie van de Wereldheren en verbleef tijdelijk in Ootmarsum. Broers van de seminaristen die thuis te weinig eten hadden, mochten ook die kant op komen en werden bij gezinnen in de buurt ondergebracht.

Door de plotselinge overgang van thuis, nagenoeg geen eten tot ineens heel vet eten, zat ik de eerste weken van mijn verblijf daar onder de zweren. Iedere dag werd ik door de nonnetjes behandeld. Bij de boerderij waarin ik tijdelijk woonde was een opslag van de Duitsers. Tijdens mijn verblijf heb ik heel wat keren de Moffen lopen pesten.

Na de lagere school ben ik naar de Gregorius-mulo bij de fraters aan de Nobeldwarsstraat in Utrecht gegaan. Ik bleef in de eerste klas zitten en ben met school gestopt. In mijn vrije tijd had ik al bij bakker Haarman aan de Julianalaan gewerkt (tegenwoordig Krijger) en ik ben toen bij hem als bakker in de leer gegaan.

Eerst vanaf vijf uur brood bakken en daarna moest ik ‘s morgens met een bakfiets volgeladen met regeringsbrood al vroeg op pad naar Berg en Bosch. We bakten speciale ‘anderhalve broden’ voor het sanatorium. Ik had de nonnetjes in de keuken verteld, dat ik misdienaar was: daardoor kon ik geen bij ze kwaad doen. Ik kreeg iedere morgen een flinke mok koffie en een dubbele snee brood belegd met anderhalve cm. vleeswaren.

Daarna ging ik terug naar de bakkerij en laadde de bakfiets vol voor Bilthoven Noord. Ik kwam om een uur ‘s middags weer thuis en at bijna een heel brood op. Door het lange werken sliep ik te weinig en compenseerde dat met veel eten. ‘s Middags bakten we tot vier uur koekjes die ik thuis bezorgde tot ongeveer half zes.

Na twee jaar bij bakker Haarman was ik het zat en ben ik bij Frans van Huizen, een galanteriezaak aan de Nachtegaallaan, begonnen. Hij verkocht kopjes, theezeefjes, rietmatten, gaas, spijkers eigenlijk alles waar wat aan te verdienen was: de duvel en z’n ouwe moer.

Van Huizen voerde een beroemde slagzin, bedacht door de vader van Hans de Groot: “Kom of bel, Van Huizen heeft het wel”. Toen ik bij Van Huizen werkte, ging ik 3 avonden per week naar de avond-mulo aan de Deken Roerstraat in Utrecht. Ik heb er het mulo-b diploma in 1955 behaald. In 1961 ben ik met Els Smorenburg getrouwd.

We hebben twee en een half jaar op de Lassuslaan ingewoond en zijn daarna in een flat aan de Van Houtenweg gekomen. We leefden in het begin van een basissalaris van 68 gulden per week, natuurlijk aangevuld met provisie. In de strenge winter van 1963 lag de bouw stil, dus had ik geen provisie-inkomsten. Dan was het statiegeld van lege flessen een uitkomst. Vanaf de flat zijn we aan de Steenen Camer komen wonen.

Mijn echte opleiding is begonnen bij een oom in Den Haag die een zaak in gereedschappen en ijzerwaren had. Na een half jaar in Den Haag ben ik bij Lekkerkerker in de winkel op de Lijnmarkt in Utrecht begonnen. Daar heb ik mijn vak goed geleerd.

Ik heb er alles geleerd over gereedschappen die in de bouw, de industrie en de scheepvaart worden gebruikt. In 1958 ben ik als vertegenwoordiger gaan werken. Dat heb ik tot de vut gedaan. Ik heb 37 jaar als adviseur en verkoper langs de weg gezeten en ben bij alle soorten metaalbedrijven, aannemers, industrie en baggerschepen langs geweest.

Tegen het eind van mijn werkzame leven heb ik de toepassing van de automatisering zien ontstaan, maar heb me daar niet in verdiept. Ik heb me met de toepassing van hydraulische technieken niet bemoeid.

Naast mijn werkzame leven had ik als hobby bij het KNMI een moestuin van 400 vierkante meter. We teelden aardappelen en groenten, maar ook bijzondere groentesoorten zoals asperges, Brussels lof en venkel. Op een gegeven moment werd de tuin ons te groot en te veel werk. Daarna hadden we daar kippen, sierduiven en een volière.

In mijn jeugdjaren kon je ‘s avonds alleen naar bioscoop Concordia en huize Verzuu op de Obrechtlaan. Vaak zaten er een aantal vrienden bij ons thuis koffie te drinken, alles kon, dat was heel gewoon. Wanneer ik mijn leven over zou kunnen doen, zou ik het ongeveer net zo doen, denk ik. Ik zou wel bakkersperiode met de vele werkuren en weinig slaap overslaan.

Ik ben tevreden zoals het is gegaan.