Tram

Samengesteld door Fred Meijer

Tram in De Bilt

Op 28 mei 1879 werd de paardentramlijn van Utrecht naar De Bilt/Zeist geopend door de Stichtsche Tramway Maatschappij (STM ). De  heer W.J.Visser te Maartensdijk was de concessionaris voor de aanleg en exploitatie van een paardenspoor tussen Utrecht en Zeist. Hij werd tevens directeur van de maatschappij. De feestelijke opening werd bijgewoond door de Burgemeester en Wethouders van De Bilt.

KB_ODB_Verkeer_En_Vervoer_Paardentram_1889
Biljet van de Paardentram in 1889

De rit ging vanaf de Gildebrug in Utrecht, want deze brug was nog niet bestand tegen het gewicht van het tramrijtuig. De tram reed tot Hotel Plant (nu De Biltse Hoek / Van der Valk) bij de Vissersteeg en weer terug naar Utrecht.

Het hele dorp de Bilt was uitgelopen om dit wonder te aanschouwen. De gewone dienst werd de volgende dag aangevangen. Men kon de tram laten stoppen door de hand op te steken; de ritprijzen waren 15 cent (7 Eurocent) Utrecht-De Bilt en 30 cent (14 Eurocent) Utrecht-Zeist.

KB_ODB_Verkeer_En_Vervoer_Paardentram_In_Bilt_1901
De paardentram in 1901 in De Bilt

In 1901 werd de tramlijn overgenomen door de Nederlandsche Buurtspoorweg Maatschappij (NBM), die tarieven verlaagde en de dienst liet uitvoeren door de Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij (NCS).

Er kwamen ook vaste haltes met wachtlokalen, zoals bij het Kloosterpark en de Houderingevaart. In 1909 werd de lijn geëlektrificeerd en op 2 augustus reed de eerste elektrische tram. Hierdoor werd de reistijd aanzienlijk verkort. Ook werd er door de NCS een factory gebouwd in de Dorpsstraat nummer 60. Daar kon men goederen afgeven voor verzending met de tram en plaatsbewijzen kopen.

Voor de elektrische tram naar De Bilt en Zeist mocht de retourstroom niet via de rails terugvloeien, omdat het Meteorologisch Instituut in De Bilt ervan overtuigd was dat de retourstroom van de passerende trams diverse instrumenten zou ontregelen. De retourstroom moest via een mindraad naar het onderstation in De Bilt terugkomen. Dit onderstation werd daar speciaal voor gebouwd. Voor die retourstroom was een tweede trolleystang vereist.

Tussen de Museumbrug te Utrecht tot aan de grens van de bebouwing en de kruising met de Amersfoortsche Straatweg werd daarom een tweede draad gespannen. Het aantal haltes in de Bilt werd uitgebreid met o.a. Kerklaan, Dorpsstraat, Beerschoten enz.

In 1919 kwam de tramlijn in handen van Oostelijke Stoomtram Maatschappij (OSM); de rijtuigen en het personeel werden zonder veel problemen overgenomen.

KB_ODB_Verkeer_En_Vervoer_NBM_Tramhalte
Tramhalte NBM in de Dorpsstraat in 1934

Doordat de NBM in 1929 de gehele tramlijn van en naar Utrecht-Zeist-Amersfoort-Arnhem overnam werd het gehele wagenpark nu in de groen/crème kleur geschilderd. Ondanks de aanleg van dubbelspoor in de Dorpsstraat in 1934 was dit door het toenemende autoverkeer niet echt een verbetering.

Het grootste knelpunt was in Dorpsstaat bij Hotel Nas: daar was het wringen. In de krant schreef men ,,De tram beweegt zich als een drol door de Dorpsstraat”. Op 3 mei 1949 kwam er een einde aan de tramlijn Utrecht-Zeist en werd deze vervangen door de autobusdienst van de NBM.

Bronnen

  • De paardetram Utrecht-Zeist Op de Rails 2,3 1988
  • Herder H de. De Elektrische Tram Utrecht-Zeist Op de Rails 1 2001
  • Krantenartikelen 1879-1949
  • Meijer JWH Kleine historie van De Bilt en Bilthoven. Reinders, Bunnik, 1995